Home » Reglementen » Het reglement successief duiken

Het reglement successief duiken

Hoe vaak per dag mag je duiken en aan welke regels moet je je houden?

 

 

 

 

 

 

Algemeen.

Er mogen successieve duiken met de duikcomputer uitgevoerd worden op voorwaarde dat men zeer minutieus de aanwijzingen en de verplichtingen van dit instrument opvolgt. Niet alleen hetgeen op het scherm verschijnt tijdens de duik moet correct uitgevoerd worden; men moet ook de eventuele beperkingen die in de handleiding vermeld staan zeer goed kennen en eveneens correct toepassen.

Verder dient er bijzonder veel aandacht besteed te worden aan de volgende raadgevingen.

 Aanbevelingen.

  • Het is aangeraden tijdens de herhalingsduik naar een minder grote diepte dan tijdens de eerste duik af te dalen;
  • Het is aangeraden een dag rust te nemen na 5 dagen van intensief duiken;
  • Het is aanbevolen om de tijden tussen de opeenvolgende duiken zo groot mogelijk te houden (aangeraden om minimaal 2 en liever nog minstens 3 uur tussentijd te voorzien).
  • Het is aangeraden om de desaturatietijd zo beperkt mogelijk te houden en om deze regelmatig zelfs naar nul te herleiden (bijvoorbeeld door een rustdag in te bouwen).
  • Het is aangeraden om niet meer dan één successieve duik per dag uit te voeren indien er decompressieverplichtingen moeten uitgevoerd worden (het maken van trappen). Het is aangeraden om minstens 12 uur te wachten na het uitvoeren van deze successieve duik met trappen of te wachten totdat de duikcomputer geen saturatietijd meer aangeeft.
  • Het is aangeraden om slechts één duik per dag uit te voeren indien er een extreem diepe duik wordt uitgevoerd (dieper dan 60 meter).
  • Het is aangeraden om, indien de duikcomputer dit aankan, deze in een meer conservatievere stand te plaatsen bij het veelvuldig uitvoeren van successieve duiken gedurende meerdere dagen omdat het successief duiken fysiologische impact heeft op het lichaam waar algoritmes in de duikcomputer niet altijd in voldoende mate rekening mee houden (o.a. efficiëntie van de longfilter, vermoeidheid van de duiker, enz…). Vergeet immers niet dat het risico op decompressieziekte toeneemt met het aantal successieve duiken en met het aantal dagen dat men na elkaar duikt, ook al respecteert men strikt de aanwijzingen van de decocomputer.

Het niet opvolgen van bovenstaande aanbevelingen verhoogt het risico op decompressieziekte.

 VERKLARING:

Men weet dat men na afloop van een gewone duik toch nog niet geheel 'de oude is'. Het lichaam bevat namelijk een grotere hoeveelheid stikstof dan vóór de duik. Deze extra hoeveelheid is echter niet voldoende om een decompressieongeval te veroorzaken. Het bloed en de weefsels kunnen een extra hoeveelheid N2 vasthouden, zonder dat pathologische belvorming optreedt. Het uitwassen van deze hoeveelheid stikstof gaat zolang door tot de evenwichtstoestand, behorend bij een verblijf aan de oppervlakte, weer is ingetreden; d.w.z. een partiële stikstofdruk van 0,8 bar. De duur ervan hangt af van de gemaakte duik, maar voor sportduikers is dat ten hoogste 12 uur, tenzij de duikcomputer meer aangeeft. Gaat men binnen de periode van 12 uur te water voor een successieve duik én de duikcomputer geeft nog een desaturatietijd aan, dan moet men rekening houden met een verhoogde stikstofspiegel in het lichaam. De duik valt onder de zogenaamde herhalings‐ of successieve duiken.

 

IN FEITE VORMEN DEZE RICHTLIJNEN EEN UITBREIDING OP HET REGLEMENT DIEP DUIKEN.

Men onderscheidt in dit reglement:

  1. Duiken tot 30 m: 0 m tot en met 30 m
  2. Diepe duiken: 31 m tot en met 60 m
  3. Extreme duiken: dieper dan 60 m

 

Voor al deze duiken geldt dat het aantal successieve duiken ongelimiteerd is indien men met de duikcomputer duikt. Denk eraan dat bij diepe en extreem diepe duiken het risico op decompressieziekte toeneemt, ook al worden de decompressieverplichtingen correct uitgevoerd! Het maken van extreem diepe duiken met perslucht wordt niet gepropageerd door het Duikonderricht. De duikleider zal er zich tijdig van vergewissen of er geen ‘deep stops’ moeten uitgevoerd worden. Verder zal de duikleider tijdens het beëindigen van de duik er zich op 12 meter diepte van vergewissen of er op dat moment decostops door de gebruikte decocomputers worden weergegeven of niet. Indien dit het geval is, wordt de duik immers beschouwd als een decompressieduik en kan de duikleider de standaard decompressieverplichtingen voor een gemengde decompressie afwerken.

 Definitie Nultijdduiken.

Nultijdduik: is een duik waarbij geen trappen moeten gemaakt worden. Bij gebruik van een decocomputer is dit een duik waarbij tijdens het beëindigen van de duik vanaf een diepte van 12 meter of ondieper geen decostops op het scherm worden weergegeven.

 Definitie decompressieduik.

Decompressieduik: is een duik waarbij trappen moeten gemaakt worden. Bij gebruik van een decocomputer is dit een duik waarbij tijdens het beëindigen van de duik vanaf een diepte van 12 meter of ondieper wel decostops op het scherm worden weergegeven.

 Deep stops.

Moderne computers kunnen zodanig ingesteld worden dat ze deepstops kunnen tonen.

Deepstops: Trappen op een veel grotere diepte dan normaal. De deep stops beperken de oververzadiging in de snelle weefsels om de microbellen in een zeer vroeg stadium reeds te elimineren zodat de longfilter zeer efficiënt blijft werken. Deepstop duur: De duur van de deep stop; gewoonlijk één à twee minuten. Indien de duikcomputer ingesteld wordt dat hij, indien nodig, deepstops op het display doet verschijnen, dan worden deze stops gewoon uitgevoerd volgens de aanwijzingen van het algoritme. Het is wel belangrijk dat, indien de duikcomputer deepstops kan genereren, dit aan de duikploeg wordt medegedeeld tijdens de briefing. Indien de duikcomputer geen optie heeft om deepstops te kunnen genereren, kan de duiker overwegen om zelf deepstops in te voeren. NELOS raadt aan om deepstops uit te voeren volgens de methode van Pyle. Deepstops kunnen door de duiker zelf berekend worden.

 Extra veiligheid.

De duiker heeft verschillende manieren ter beschikking om zijn duik extra veilig te maken:

  • De veiligheidstrap bij niet‐decompressieduiken.
  • “Diver on the line” of “tussen ‘floor’ en ‘ceiling’”.
  • De computer zwaarder instellen.
  • Uitduiken.
  • De 12 meterprocedure.
  • ‘Deepstops’

 Trappen bij zware zee.

Het is aangeraden om bij zware zee de trappen op 5 meter of dieper uit te voeren.

 Veiligheidstrap.

Indien er geen trappen uit te voeren zijn, wordt aangeraden om een veiligheidstrap uit te voeren van 5 minuten op 5 meter. Decompressieplan uitvoeren waarbij de aanduidingen van het display altijd minimaal uitgevoerd worden.

  • Het primair decompressiemiddel kan de toestand niet aan (faalt). Er moet overgestapt worden op het backup-decompressiemiddel. De regels of aanwijzingen van het backup-decompressiemiddel worden strikt uitgevoerd. Ook dit wordt op voorhand besproken in de briefing.
  • Het backup-decompressiemiddel geeft een niet realistisch uitvoeren van de uitzonderingsregels weer. De duiker daalt af naar 5 meter (indien voldaan wordt aan de eerder gestelde voorwaarden) en maakt daar verder zijn flessen leeg. Vervolgens verlaat hij het water en begeeft zich naar de dichtstbijzijnde decompressiefaciliteit voor een check-up. Bedenk wel dat dit een erg speculatieve werkwijze is en volledig onder de verantwoordelijkheid van de duiker(s) zal geschieden. Garanties kunnen er bij zulke overtredingen nooit gegeven worden.
  • Indien er niet kan overgeschakeld worden op het backup-decompressiemiddel of indien een natte wederonderdompeling om diverse redenen niet mogelijk is, dient onverwijld naar de dichtstbijzijnde meerplaatsherdrukkingsfaciliteit gegaan te worden terwijl men zoveel mogelijk water drinkt (minimum 1 liter) en terwijl men zuivere zuurstof inneemt.

Indien men gebruik maakt van de duikcomputer als primair decompressiemiddel en men niet kan overstappen naar een adequaat backup-decompressiemiddel EN de duikcomputer in ‘error’ of in ‘SOS’ is komen te staan, moet de duikploeg zo snel mogelijk evacueren naar de dichts bijzijnde meerplaatsdecompressiefaciliteit. Natte wederonderdompeling behoort dan niet meer tot de mogelijkheden. Het is vanzelfsprekend dat indien men decompressieduiken uitvoert waarbij er niet kan overgeschakeld worden naar een adequaat backup-decompressiemiddel in geval van ‘blow‐up’ of onderbreking der trappen, men zich in ontoelaatbare problemen plaatst indien de decompressiefaciliteit zich te ver weg bevindt (meer dan een uur). Het is aan de duikleider en aan de leden van zijn ploeg om dit risico correct in te schatten (ervaring van de duikers, profiel van de duiken, enz.)

Opmerking:

Men spreekt van een ‘blow‐up’ of een onderbreking der trappen indien de duiker het wateroppervlak doorbroken heeft tijdens deze ‘blow‐up’ of tijdens deze onderbreking der trappen. Alle andere fouten zoals te snel gestegen gedurende een korte periode of het doorstijgen naar een verkeerde trap horen hier dus duidelijk niet bij maar deze fouten moeten zo snel mogelijk en zeker alvorens de duikcomputer in ‘error’ gaat, hersteld worden. Indien dit niet tijdig lukt moet overgeschakeld worden naar het backup-decompressiemiddel.

Opmerkingen:

De kans is bijzonder groot dat indien het primaire middel een duikcomputer is en deze in ‘error’ gaat als gevolg van ‘blow‐up’ of traponderbreking, het tweede decompressiemiddel eveneens in ‘error’ gaat indien dit eveneens een duikcomputer is.

De verantwoordelijkheid ligt duidelijk bij de duiker zelf; niet bij de duikfederatie NELOS. Er zijn tegenwoordig zo veel verschillende soorten duikcomputers en er is zo veel ander duikmateriaal op de markt, dat het onmogelijk is om hier allemaal sluitende regels voor op te stellen ‐ laat staan dat door het gebruik ervan het NELOS‐Duikonderricht enige verantwoordelijkheid kan in de schoenen geschoven worden.