Home » Reglementen » Het veiligheidsreglement decompressieduiken

Het veiligheidsreglement decompressieduiken

Duikcomputers mogen als primair decompressiemiddel gebruikt worden...

 

 

 

 

 

 

 

 

Duikcomputers mogen als primair decompressiemiddel gebruikt worden.

 Keuze duikcomputer.

De keuze van de duikcomputer en de instellingen ervan zijn de duidelijke verantwoordelijkheid van de duiker zelf. Dit betekent bijvoorbeeld dat hij een model mag kiezen of gebruiken dat ouder is dan 5 jaar (hetgeen door NELOS niet wordt aangeraden), dat hij bijvoorbeeld mag kiezen tussen diverse algoritmes (Haldaniaanse of neo‐Haldaniaanse algoritmes, RGBM, VPM, enz.), waarbij NELOS de voorkeur geeft aan duikcomputers waarbij rekening wordt gehouden met het onder controle houden van de belgroei zoals o.a. RGBM en VPM, enzovoort.

 

 Backup-decompressiemiddel.

In elke duikploeg moet een adequaat en compatibel backup-decompressiemiddel aanwezig zijn. Het staat iedere duiker vrij om zijn eigen backup-decompressiemiddel te kiezen, deze back‐up moet echter tijdens de briefing aan bod komen.

 

 Definitie ‐ Adequaat:

Het backup-decompressiemiddel dient geschikt te zijn voor de duik die we wensen uit te voeren. Dit is een evidentie. Het is des te belangrijker dit in het oog te houden in relatie met het primaire decompressiemiddel.

 

 Definitie ‐ Compatibel:

Gedurende de ganse duik moet het mogelijk zijn om van het primaire naar het backup-decompressiemiddel over te schakelen zonder dat we hierbij in de problemen geraken, en omgekeerd. Met andere woorden, de twee decompressiemiddelen kunnen samen werken.

 

Typische voorbeelden van primaire decompressiemiddelen:

  • Een decocomputer
  • Een nultijdcomputer
  • Een dieptemeter, uurwerk en tabel (komt men in de praktijk nog weinig tegen)
  • Een dieptemeter, uurwerk en deco-planning

 

Typische voorbeelden van backup-decompressiemiddelen:

  • De decocomputer van de buddy
  • Een tweede decocomputer
  • Een tweede nultijdcomputer
  • Een dieptemeter, uurwerk en tabel
  • Een dieptemeter, uurwerk en decoplanning
  • Een bail-out planning

 

Terwijl het gebruik van een backup-decompressiemiddel in de praktijk heel dikwijls neerkomt op het overstappen op een tweede computer van de duikgroep, is de bail-out planning er eentje waarvan kan gezegd worden dat dit voor de vooropgestelde duik steeds zal functioneren op voorwaarde dat we ze niet verliezen en we niet buiten de limieten van deze bail‐out planning terecht komen. De bail-out planning kunnen we o.a. maken met behulp van onze duikcomputer. Indien we bvb een duik plannen van 30 minuten op 30 meter simuleren we op onze duikcomputer een gelijkaardige duik (qua profiel) maar naar bvb 33 meter en met een duiktijd van 35 minuten. We noteren de trappen die we voor deze fictieve duik zouden moeten maken en nemen deze mee onder water. Dit is onze bail-out planning. De duiker moet er zich bewust van zijn dat bepaalde decompressietechnieken niet compatibel zijn met elkaar.

 

Algemene Noot

  • Het gebruik van het decompressiemiddel van de buddy als primair decompressiemiddel is toegelaten voor een kandidaat 1*D en 1*D indien de buddy zelf voorzien is van een primair EN backup-decompressiemiddel.
  • Het backup-decompressiemiddel dient steeds adequaat en compatibel te zijn, dus ook tijdens gemengde decompressie!
  • Het gebruik van de nultijdcomputer is slechts toegelaten tijdens nultijdduiken, en dit zowel als primair als backup-decompressiemiddel.

 

De NELOS‐duiker brengt nooit zijn duikcomputer (indien hij dit gebruikt als primair decompressiemiddel) gewild in de foutmodus. Indien de duikcomputer in de foutmodus terecht komt, kan deze als dusdanig pas opnieuw gebruikt worden vanaf het ogenblik dat de fout (volgens de computer) terug hersteld is. Indien een duikcomputer ‘crasht’ zullen de gegevens van de duik niet meer aanwezig zijn of in elk geval niet betrouwbaar zijn. Als we deze computer dus opnieuw willen gebruiken betekent dit eigenlijk dat we overstappen naar een nieuw decompressiemiddel (we gaan aan de slag met een decompressiemiddel dat niet op de hoogte is van de voorgaande duik – zeker indien we een ‘reset’ uitvoeren). Voor het omschakelen van het ene decompressiemodel naar het andere geldt dat indien de vorige duik(en) beperkt bleven tot 60 m, een tussentijd van minstens 12 uur nodig is en indien de vorige duik(en) dieper waren dan 60 m, een tussentijd van minstens 24 uur vereist is. Toch primeert de opgelegde tijd welke door de fabrikant wordt opgegeven indien deze respectievelijk de 12 uren of de 24 uren overschrijdt om de computer uit de foutmodus te krijgen.

 

Duikplan.

Ongeacht het feit dat de duikcomputer zeer nauwkeurig berekent (volgens het ingebouwde algoritme) in welke mate de duiker verzadigd is en welke acties hij moet ondernemen om veilig boven te komen, ontslaat dit de duiker NOOIT om vooraf een duikplan te maken. De duikcomputer zal in veel gevallen een grote toegevoegde waarde hebben bij het opmaken van duikplanningen en dient dan ook hiervoor concreet ingezet te worden (lees je handleiding). Neem in het duikplan ook parameters op zoals diepteprofiel, stroming, temperatuur, helderheid en pas uw computer aan in functie van deze parameters, indien mogelijk. Dit kan door bijvoorbeeld de stand van conservatisme aan te passen. Pas indien nodig ook uw duikprofiel aan.

 

Nultijdduik.

Als NELOS‐duiker kunnen we opteren om binnen de nultijd te duiken (heel veel duikbedrijven en duikfederaties staan de duikers trouwens niet toe om decompressieduiken te maken). Duiken binnen de nultijd zal geschieden volgens de volgende procedure (zie schets):

           ‐ Daalsnelheid is groter dan de stijgsnelheid (een daalsnelheid van 20 m/min wordt aangeraden indien voldoende comfortabel),

           ‐ Laat, eens op diepte aangekomen, minimum 2 minuten over op de nultijd.

           ‐ Stijg aan 10 m/min tot een diepte welke een voldoende nultijd oplevert.

           ‐ Let erop dat je steeds minimum 2 minuten nultijd over hebt.

           ‐ Duik verder uit naar wens indien je een diepte van 12 meter bereikt hebt.

           ‐ Maak een veiligheidstrap indien de omstandigheden dit toelaten (5 minuten op 5 meter).

 

NELOS laat echter eveneens decompressieduiken toe. Ook zeer diepe of extreme duiken mogen door de NELOS‐duikers uitgevoerd worden. Wel behoren ze, zelfs met een decocomputer, tot de hoogste risicoklasse. Daarom is, in geval er decompressieduiken gemaakt gaan worden, een zeer doorgedreven duikplanning strikt noodzakelijk. Bedenk ook dat decompressieduiken of extreme duiken er oorzaak van zijn dat er zeer veel stikstof in het lichaam wordt opgestapeld. Als we veilig naar de oppervlakte willen terugkeren moet de overtollige stikstof er ook weer gecontroleerd terug uit. Bij de minste fout zal in het lichaam belvorming ontstaan met alle gekende gevolgen van dien. Begrijp ook dat, indien er zich tijdens een decompressieduik een probleem voordoet, we niet zonder meer naar de oppervlakte kunnen gaan. Bij duiken binnen de nultijd kan dit wel (mits stijgen aan 10 m/min). Doorgedreven ervaring en een goede opleiding zorgen ervoor dat decompressieduiken en andere extreme duiken veilig kunnen uitgevoerd worden. Dit is onder meer de taak van NELOS. Respecteer dan ook de NELOS‐regels en die van het veiligheidsreglement decompressietechnieken in het bijzonder. Telkens wordt voor elk van deze types van duiken aangehaald welke minimum aspecten aan bod moeten

komen in de planning en de briefing (zie verder). Er wordt geacht de optie ‘duikplanning via de duikcomputer’ concreet toe te passen indien mogelijk. Ook hiervoor is een goede kennis van de duikcomputer en het nalezen van de handleiding een strikte noodzakelijkheid.

 

Duikplan en briefing.

Eens het duikplan opgesteld werd, dient dit plan ook strikt nageleefd te worden. In de praktijk blijkt dit niet vanzelfsprekend te zijn. De duikcomputer laat gemakkelijk toe om van dit duikplan af te wijken maar dit veiligheidsreglement stelt dat van de initiële planning slechts mag afgeweken worden in geval er geen andere optie is. Wordt van dit initiële duikplan afgeweken naar de onveilige kant (grotere duiktijd/duur, grotere diepte), dan doet er zich een incident voor waarbij de duik zo snel en zo veilig mogelijk moet beëindigd worden. Indien men geen duikplan opmaakt dan is men per definitie in de fout en wijkt men af van een theoretisch ideaal plan voor de vooropgestelde duik.

Nota:

Het duikplan kan zowel statisch als dynamisch zijn. Een dynamisch duikplan biedt de duiker meer flexibiliteit maar dient eveneens strikt nageleefd te worden. Er wordt op gewezen dat het duiken met de duikcomputer als primair decompressiemiddel verraderlijk kan zijn omdat menig duiker wel deze cijfers leest die op het display komen te staan maar de effecten die deze cijfers in zich hebben soms onvoldoende begrijpen. Het zal niet de eerste keer zijn dat een duiker ziet dat de computer trappen begint aan te geven op 6 of 9 meter zonder stil te staan bij de consequenties ervan op het vlak van ademautonomie. Doorgedreven planning met liefst van al op voorhand uit te voeren simulaties, zijn onlosmakelijk verbonden aan goed duikvakmanschap. Een op voorhand gemaakte duikplanning, welke in de briefing grondig besproken wordt, is bijgevolg verplicht. Er moet bijzonder veel belang gehecht worden aan welbepaalde elementen met betrekking tot de decompressie welke minimaal moeten voorkomen in de briefing (verplicht) en welke optioneel hierin kunnen vermeld worden (zie verder). Het Duikonderricht NELOS maakt een onderscheid in drie categorieën van duiken in functie van de diepte. Hierna volgen de consequenties van deze indeling voor wat betreft de inhoud van de briefing op het vlak van de decompressie.

 

Conservatieve instelling.

Hierna volgen enkele belangrijke redenen waarom een duiker kan overwegen om een conservatievere stand in te stellen op zijn computer (deze lijst is niet limitatief maar wel indicatief):

  • Stroming,
  • Lage watertemperatuur of sterke watertemperatuurschommelingen,
  • Hoge leeftijd,
  • Slechte conditie,
  • Te hoog vetgehalte,
  • Decompressieduiken,
  • PFO,
  • Roken,
  • Ongunstig duikprofiel (zie verder),
  • Alcoholgebruik,
  • Veelvuldige successieve duiken maken,
  • Meerdere dagen na elkaar duiken,...

Bijna alle hedendaagse computers hebben de mogelijkheid om het algoritme conservatiever in te stellen.

 

Jojoduik.

Voer geen jojoduiken uit. De meeste (alle) duikcomputers reageren niet adequaat op dit gedrag (dit werd proefondervindelijk bewezen via het onderzoek van de Stichting DuikResearch). Dit probleem wordt nog eens versterkt in geval van herhalingsduiken. Elke referentie voor het uitvoeren van een correcte decompressie gaat dus verloren. Niettegenstaande deze contra‐indicatie laat NELOS toe dat stijgproeven worden afgelegd. NELOS vangt deze nadelen als volgt op:

  • Stel de duikcomputer conservatiever in indien mogelijk.
  • Voer de proef uit in het begin van de duik.
  • Daal met hoge snelheid (20 m/min).
  • Overweeg om uit te zwemmen en af te dalen in het blauwe.
  • Start de proef binnen de nultijd.
  • Breek de proef tijdig af indien er gevaar is om de oppervlakte te doorbreken.
  • Spreek duidelijke duiktekens af om de proef te kunnen beëindigen en dus te kunnen stoppen indien dit noodzakelijk is voor de veiligheid.
  • Daal na de proef terug af naar maximaal de halve maximum duikdiepte.
  • Blijf enige minuten op deze halve duikdiepte en stijg dan naar de zone 6 à 10 meter en duik daar verder uit.
  • Voer een veiligheidstrap uit van 5 minuten op 5 meter. Indien dit niet mogelijk is (koude, stroming, enz.) dan mag de proef niet doorgaan.
  • Voer de proef enkel uit indien de duikers voldoende ingedoken zijn.
  • Controleer alvorens terug af te dalen en uit te duiken of er nog voldoende luchtvoorraad is om dit te doen.
  • Doe die dag (24 uur) geen andere proeven meer als kandidaat.

NELOS onderstreept dat het afleggen van zulke proeven een verhoogd risico met zich meebrengt maar acht de baten (het inoefenen en de ervaring) groter dan dit risico.

 

NVT.

Sommige duikcomputers geven een gevaarlijke lage Niet VliegTijd op (zie ook de studie welke door de Stichting DuikResearch (SDR) werd gepubliceerd). Het mag duidelijk zijn dat de complicaties enorm kunnen zijn indien de duiker tijdens zijn terugvlucht merkt dat hij verschijnselen van de decompressieziekte begint te vertonen. Daarom schrijft NELOS het volgende voor m.b.t. de Niet VliegTijd (NVT).

  • Vóór de duik moet de NVT bepaald worden en duidelijk aan bod komen in de briefing. (Het is inderdaad problematisch indien je NA de duik vaststelt dat je een te lange NVT hebt waardoor je het vliegtuig dat je geboekt hebt niet kunt nemen).
  • Indien de vorige duik(en) minder diep waren dan 60 m EN indien je een vliegtuig neemt met drukcabine, dan moet er een NVT van minstens 12 uur gerespecteerd worden.
  • Indien de vorige duik(en) dieper waren dan 60 m OF indien je een vliegtuig neemt zonder drukcabine, dan moet er een NVT van minstens 24 uur gerespecteerd worden.
  • Als de duikcomputer een strengere NVT opgeeft dan bepaald in de 2 hogere paragrafen, dan geldt de NVT die de duikcomputer opgeeft.

Deze regel geldt uiteraard ook voor een rit in de bergen.